De Meisner Acteerstudio gaat ervan uit dat acteren een Kunst en een Ambacht is waarin meesterschap wordt bereikt door beheersing van techniek. De acteur is de interpretator van de toneeltekst, gaande van soap tot Shakespeare. Een acteurs training legt het fundament voor de verdere carrière van de acteur, zij traint de acteur zowel voor toneel, film, als voor tv. Het toneel/film script is het snoer dat alle scènes met elkaar verbindt. Voor de acteur is het script als een stadsplan, het wijst hem de weg.

Acteren is de vaardigheid om als personage waarachtig te handelen in gegeven verbeelde omstandigheden.

De Meisner-Esper acteertechniek brengt het echte Stanislavski werk samen, om een waarachtig acteur te vormen en om de vaardigheden te ontwikkelen die nodig zijn om een authentieke theatrale expressie te realiseren.
 

De drie-jarige parttime acteurs opleiding aan de Meisner Acteerstudio omvat drie niveaus:

Eerste jaar: Rechtstreeks acteren,
Tweede jaar: Karakter acteren en Gevorderd scènewerk

Derde jaar: Klassiek acteren.

IN LIFE BELIEF
IS AN ILLUSION.

IN ACTING ILLUSION IS

A BELIEF.

TWEEJARIGE PROFESSIONELE PARTTIME MEISNER-ESPER ACTEER OPLEIDING

Elk jaar bestaat uit twee semesters van elk vijf maanden (voor- en najaar). In het 1e en 2de jaar zijn er twee lessen p/week elk van 3 uur. Tussen twee lessen oefent men thuis, alleen en met zijn oefenpartner.

Het Eerste Jaar is gericht op het ontwikkelen van een waarachtig acteerinstrument door gebruik van oefeningen en scènewerk. Er wordt gewerkt met rechtstreeks acteren. De acteur speelt (nog) niet echt een personage, transformeert (nog) niet echt in de rol. Hij transformeert alleen in de verbeelde omstandigheden. Fundamentele acteer principes en – vaardigheden worden aangeleerd en getraind. Zo komen aan bod: luisteren, reageren, contact en communicatie, in het moment zijn, impuls, vanuit de ander werken, jezelf alleen laten, de realiteit van handelen, van moment tot moment werken, acteer relatie, standpunt, aandacht, gevoel voor waarheid, betekenis, creatieve staat, emotionele voorbereiding, personalisatie, rechtvaardigen, verbeelde omstandigheden, acteurshuiswerk,…etc. Gewerkt wordt o.a. met de Repetitie Oefening, Onafhankelijke Activiteit, Klop op de Deur, Emotionele Voorbereiding, Verbeelde Omstandigheden, Acteerrelatie, Standpunt, Doel , Obstakel, Acteurshuiswerk en drie Scènes.

Het Tweede jaar wordt gewerkt aan karakter- en interpretatiewerk. Het accent ligt op karakter acteren. Gedurende het eerste jaar ontwikkelde de acteur de vaardigheid om vanuit zichzelf waarachtig te reageren in verbeelde omstandigheden. Hij beschikt nu over een gevoelig instrument waardoor hij zichzelf kan zijn in de verbeelde wereld, werkend met oprechte reacties op wat er hier en nu in het moment plaatsvindt. De getrainde vaardigheden worden nu toegepast op gevorderd Karakter- en Scène werk. Zo komen o.a. aan bod: tekst, tafelwerk, analyse, interpretatie, karakter, eenheden, actie, doelstelling/intentie, obstakel, particularisatie, subtielst, parafraseren, impedimenten, acteurshuiswerk, acteer idee, keuzes maken, misce-en-scène....etc. Er wordt gewerkt met karakteroefeningen, scènes, impedimenten, monologen, kinderrijmpjes en een stijlscène.


MASTERJAAR KLASSIEK ACTEREN
LET OP: ook toegankelijk voor niet-Meisner getrainde acteurs!!!

Het Masterjaar Klassiek Acteren is geheel gewijd aan het klassiek repertoire. Er is één les van 3 uur per week en tussen twee lessen oefent men thuis, alleen en met zijn oefenpartner.

Bij klassiek acteren wordt het elementaire naturalistisch acteerwerk, dat er op gericht is een waarachtige acteur te bekomen, verbonden met de vaardigheid om een vitale theatrale manier te vinden om de innerlijke realiteit van een klassiek stuk expressie te geven. Hoe theatraal ook, altijd dient gespeeld te worden vanuit een echte realiteit, waarbij de realiteit van handelen het fundament is. Wat de acteur doet, wat de acteerrelatie is en het werken vanuit de ander blijven de basis vormen. Klassiek Repertoire vraagt bijzondere technieken van de acteur. Vanuit het oogpunt van de training van de acteur is het belangrijk dat de acteur zich kan meten aan de klassieken. Het helpt hem zijn basisvaardigheden (‘rechtstreeks acteren’ en ‘karakter acteren’) verder te ontwikkelen en te verdiepen. Bovendien maakt klassiek repertoire hem gevoelig voor taal, iets wat bij elk acteren belangrijk is. De aspecten tragedie en komedie worden aan de hand van het klassieke repertoire specifiek belicht

Vier periodes in de drama literatuur komen aan bod:

1. Victoriaans-Edwardiaans Theater (19de E.): oa Wilde, Shaw, Ibsen, Tsjechov, Schnitzler, Toergenjev, Strindberg.

2. Barok-Restoratie Theater (17de E.):oa Molière, Wycherley, Congreve, Goldsmith, Sheridan.

3. Elizabethaans-Jacobeaans Theater (16de E.): Shakespeare.

4. Griekse Theater (500 v. Chr.): Euripides, Sophocles en Aeschylus.

Er wordt gewerkt met o.a. een bestaande toespraak/redevoering (retoriek), Victoriaans-Edwardiaanse Scène, Barok-Restoratie Scène, Shakespeare Scène, Shakespeare Monoloog, Shakespeare Sonnet, Griekse Scène en een Grieks Bodeverhaal.